Wat is het neustussenschot

Het neustussenschot (septum) bevindt zich in het midden van de neus en verdeelt de doorgang door de neus in twee helften (links en rechts). Het wordt begrensd door de neusrug aan de bovenzijde, het gehemelte aan de onderzijde, de neuspunt aan de voorzijde en de neus-keelholte aan de achterzijde. Het septum heeft een voor/achterwaardse lengte van ongeveer 7 tot 10 centimeter. Het bestaat voor een deel uit kraakbeen en voor een deel uit bot. Het kraakbenige deel bevindt zich aan de voorzijde waar de neus nog beweeglijk is en biedt steun aan de neusrug en de neuspunt. Het gehele septum is bedekt met slijvlies dat vochtig is door de productie van neusslijm. Dit slijm wordt door trilhaartjes op het slijmvlies naar achteren (de neus-keelholte) getransporteerd en vervolgens ingeslikt.

Voorbeeld van een patiënt waarbij de neuspunt geen steun meer ondervindt van het septum

Hoe kom ik aan een scheef neustussenschot?

Weinig septa zijn perfect recht. Een milde scheefstand hoeft dus geen klachten te geven. Er zijn vele variaties in de mate en uitgebreidheid van septumscheefstand. Een scheef neustussenschot kan het gevolg zijn van beschadigingen in de groeicentra die nog actief zijn voor de puberteit (bijvoorbeeld door een ongeval), waardoor het volwassen septum scheef is uitgegroeid. Een scheefstand kan ook aangeboren zijn (bijvoorbeeld bij schisis). Een trauma (klap op de neus) is  een veelvoorkomende oorzaak.

Welke klachten worden veroorzaakt door een scheef neustussenschot

Een scheef septum kan klachten geven van een continue aanwezige neusverstopping, meestal enkelzijdig. Als het voorste deel van het neustussenschot scheef staat (figuur 1), kan dit de neusingang (vestibulum) vernauwen. Een scheefstand iets verder in de neus kan de interne neusklep vernauwen (figuur 2).  Een combinatie is eveneens mogelijk aangezien er vele variaties van scheefstand zijn.

Een scheef tussenschot is soms een medeveroorzaker van esthetische klachten. Het neustussenschot vormt namelijk qua stand, vorm en steun, de basis van de kraakbenige uitwendige neus. Een scheef tussenschot kan een uitwendige scheefstand veroorzaken. Dit is de reden dat een rhinoplastiek vaak wordt gecombineerd met correctie van het septum (septorhinoplastiek).

Als het neustussenschot helemaal tegen de zijwand van de neus staat, dan kan dit de verbinding tussen de neusbijholten en de neus belemmeren. Dit kan een ontsteking van de bijholten veroorzaken (sinusitis) en klachten geven van druk en/of hoofdpijn.

Een doornvormig uitsteeksel (spina) van het septum (figuur 3: geel met * en figuur 4) kan tegen de inwendige neusschelp (concha) drukken. Dit kan een zenuwprikkeling geven die pijnklachten veroorzaakt (Sluderse neuralgie). Correctie van het septum kan deze klachten verhelpen, door het contact tussen de neusschelp en het septum op te heffen.

Figuur 1. De voorrand van het neustussenschot (*) staat uit de midlijn en vernauwt daarmee de rechter externe klep. Dit geeft een verminderde neuspassage en een milde scheefstand van de neuspunt naar links
Figuur 2. Het neustussenschot staat ook hier uit de midlijn maar vernauwt nu de linker interne klep. Dit geeft een extra vernauwing aan het nauwste punt in de neus (geel gearceerd) en daarmee een verminderde neuspassage
Figuur 3. Spina septi die tegen de linker concha inferior drukt
Figuur 4: endoscopisch beeld van een spina septi (centraal in beeld)

De operatie

Via een klein sneetje in het slijmvlies aan de binnenkant van de neus, wordt het slijmvlies van het septum losgemaakt. Hierna kan het scheefstaande kraakbeen en bot worden bereikt en rechtgezet. Het hetstelde septum wordt tijdelijk op zijn plaats gehouden door in de neusgebrachte gazen (tampons), zodat slijmvlies, bot  en kraakbeen weer aan elkaar vast kunnen groeien. Vaak worden aan de buitenkant van de neus pleisters geplakt ter ondersteuning.

Van eerste consult tot operatie

Het eerste consult staat volledig in het teken van een inventarisatie van uw klachten, uw medische voorgeschiedenis, medicatiegebruik en uw wensen. Door middel van een informatief vraaggesprek, een vooraf in de wachtkamer door u ingevulde vragenlijst en uitvoerige analyse van uw inwendige en uitwendige neus wordt het probleem geïnventariseerd en gekeken of er een operatieve oplossing is. Na afloop van dit consult krijgt u een informatie folder mee over de operatie.

Het tweede consult staat in het teken van het toetsen van eerdere bevindingen, de gelegenheid voor u om vragen te stellen over de operatie of onduidelijkheden. Indien u besluit om op grond van de gegeven informatie de operatie te willen laten uitvoeren zal een verpleegkundige met u een opnamegesprek voeren en dient u bij de anesthesist langs te gaan voor een intake gesprek betreffende de narcose die u gaat krijgen.

De dag van de operatie. Een neustussenschotcorrectie wordt, tenzij uw algehele gezondheid dit niet toestaat, uitgevoerd in dagbehandeling. Op de dag van de operatie verwachten wij u op het Dagchirurgisch Centrum (Ng-4) of klinische afdeling (Ng-12). De locatie en het tijdstip ontvangt u per post. Ook kan het zijn dat uw operatie op een externe locatie door ons wordt uitgevoerd.

Nadat u bent opgenomen, wordt u door een verpleegkundige in uw bed naar de operatieafdeling gebracht, waar u wordt ontvangen in de voorbereidingsruimte. Op het moment dat de operatiekamer en het personeel voorbereid is op u komst, wordt u in bed naar de operatiekamer gebracht. Dit kan soms even duren. Op de operatiekamer maakt het aanwezige team met u kennis en wordt er een checklist met u doorgenomen om de operatie zo voorspoedig mogelijk te kunnen laten verlopen. De anesthesist begeleidt u vervolgens totdat u in slaap bent.

Complicaties

Ondanks dat de operatie goed is uitgevoerd, kunnen er complicaties optreden na een septumcorrectie. Denkt u aan een bloeding, infectie of gestoorde wondgenezing (zeker bij rokers, mensen die bloedverdunners gebruiken of suikerziekte hebben). De kans op een dergelijke complicatie is echter uiterst klein. Mocht deze toch optreden dient u direct contact op te nemen met de polikliniek KNO van het Erasmus MC.Onbehandelde complicaties kunnen resulteren in een gat in het neustussenschot al dan niet met vormveranderingen aan de buitenkant(bv. een zadelneus).

Soms treedt er een doof gevoel op van de boventanden doordat kleine gevoelszenuwen op de bodem van de neus beschadigd zijn. Dit verdwijnt doorgaans vanzelf binnen een aantal weken.

Na de operatie (wat is normaal)

U wordt wakker op de uitslaapkamer en zult merken dat u niet door uw neus kunt ademhalen. In de neus bevinden zich gazen (tampons) en de buitenkant van de neus is afgeplakt met tape en bevat in sommige gevallen een spalk. De tampons kunnen soms een drukkend gevoel geven of niezen uitlokken. Doet u dit laatste bij voorkeur met een open mond. Bij ernstige hinder kunnen medicijnen om het niezen wat te onderdrukken worden voorgeschreven. Het tranen van de ogen kan optreden doordat de tampons de traanafvoergangen in de neus blokkeren. Dit is tijdelijk en u hoeft hierover niet ongerust te zijn. Zolang de tampons in de neus aanwezig zijn kunt u regelmatig last hebben van wat bloederig, “limonade-kleurig” vocht dat door het verband lekt. U hoeft ook hierover niet ongerust te zijn. Een septumcorrectie veroorzaakt weinig pijn en kan doorgaans goed worden onderdrukt door het gebruik van paracetamol (al dan niet in combinatie met een aanvullende pijnstiller).
De arts of arts-assistent bezoekt u aan het einde van de dag om het beloop van de operatie met u te bespreken. Indien u goed fit bent, gegeten en gedronken heeft en zelfstandig naar de WC bent geweest is ontslag naar huis mogelijk. Volg de instructies van uw arts goed op voor een voorspoedig herstel.

Eerste controle na de operatie

Over het algemeen wordt de neus na 3-4 dagen uitgepakt. U dient de neus vanaf dat moment frequent (4 keer per dag) te spoelen met fysiologisch zoutwater en snuiten zoveel mogelijk te voorkomen. Houdt u zich aan de volgende leefregels:

  • houdt u zich de eerste week rustig en beperkt overmatige lichamelijke inspanning

  • hervatten werk over het algemeen vanaf 7-10 dagen na de operatie

Vervolgcontroles na de operatie

Drie maanden na de operatie vindt er een poliklinische controle plaats om het resultaat met u te evalueren. U wordt opnieuw gevraagd om de vragenlijst in te vullen om de situatie voor en na operatie met elkaar te kunnen vergelijken. Bij een goed resultaat is verdere controle niet langer nodig. Mogelijk wordt u na 12 maanden nog eens benaderd om de vragenlijst in te vullen.